A A A
 
 

Gezondheid

Metabool syndroom

Van alle gezondheidsrisico’s is vooral de toename van de prevalentie van het metabool syndroom en type 2 diabetes het meest zorgwekkend. Overgewicht en vooral te veel abdominaal vet spelen hierin een belangrijke rol. Het metabool syndroom staat voor een combinatie van metabole afwijkingen die hart- en vaatziekten en type 2 diabetes bevorderen. De ontwikkeling van het metabool syndroom hangt samen met een sedentaire leefstijl en een ongezonde voeding. Ook genetische factoren kunnen meespelen. Een hoge zuivelconsumptie lijkt te beschermen tegen het metabool syndroom. De resultaten zijn echter nog niet eenduidig.

Algemeen

Prevalentie & definitie

De prevalentie van het metabool syndroom bij de westerse bevolking wordt geschat op 20 %. Het metabool syndroom is een combinatie van metabole afwijkingen die hart-en vaatziekten en type 2 diabetes bevorderen. Insulineresistentie is vaak één van de eerste verschijnselen van het metabool syndroom.

Diagnose & risicofactoren

Het metabool syndroom wordt vastgesteld wanneer drie of meer van de volgende risicofactoren aanwezig zijn (1):

  • Abdominaal overgewicht ( middelomtrek >102 cm bij mannen of > 88 cm bij vrouwen)
  • Hoge bloeddruk ( ≥ 130/85 mmHg)
  • Een verhoogd nuchter bloedglucosegehalte (≥110mg/dl)
  • Een verhoogd serumtriglyceridengehalte (≥150mg/dl)
  • Een verlaagd HDL-cholesterolgehalte ( < 40mg/dL voor mannen en < 50mg/dL voor vrouwen)

Oorzaken

De ontwikkeling van het metabool syndroom hangt vaak samen met een sedentaire levensstijl en een ongezond voedingspatroon. Naast leefstijlfactoren kunnen ook genetische factoren meespelen.

Preventie

De preventie en de behandeling van het metabool syndroom bestaat vooralsnog uit de preventie en de behandeling van de afzonderlijke risicofactoren. Overgewicht is een belangrijke trigger bij het ontstaan van het metabool syndroom. Een gezond gewicht en meer lichaamsbeweging zijn dus zeer belangrijk. Wie kampt met overgewicht kan al een positief gezondheidseffect, waaronder een verbeterde insulinegevoeligheid, bereiken met 5 tot 10 % gewichtsverlies.

art_totop

De rol van zuivel

Beschermend effect van zuivel

Zuivel beschermt mogelijk tegen insulineresistentie en dus ook tegen het metabool syndroom. Dit blijkt uit de resultaten van diverse epidemiologisch onderzoeken (2,3).

Een Engelse studie bij 2375 mannen tussen 45 en 59 jaar oud kwam tot de vaststelling dat een regelmatige inname van twee of meer consumpties melk per dag geassocieerd was met een verminderd risico van 62% op de ontwikkeling van het metabool syndroom. Een nog hogere totale zuivelinname reduceerde het risico met 60%. (4). Een Franse studie bij mannen tussen 45 en 64 jaar oud vond gelijkaardige resultaten (5).

Onderzoekers van de ‘Women’s Health Study’ onderzochten het verband tussen calcium, melkproducten en het metabool syndroom bij 10006 Amerikaanse vrouwen van 45 jaar en ouder. Zij kwamen tot de vaststelling dat vrouwen die meer dan 3 porties zuivel per dag consumeerden 34 % minder kans hadden op het metabool syndroom dan vrouwen die minder dan 1 portie zuivel per dag namen (6).

Uit de CARDIA-studie (7) is gebleken dat zuivelproducten beschermen tegen het metabool syndroom, en dit vooral bij mensen met overgewicht. Deelnemers met overgewicht die gemiddeld twee tot drie zuivelproducten per dag consumeerden hadden 40 tot 70 % minder kans op het ontwikkelen van het metabool syndroom. Bij deelnemers die aan het begin van het onderzoek een gezond gewicht hadden werd dit effect niet vastgesteld. Het onderliggende mechanisme van de beschermende werking van zuivel, is echter nog niet duidelijk. Naast calcium kunnen ook de lage glycemische index van zuivel en bioactieve componenten in melk een rol spelen. Zuivel lijkt bovendien te beschermen tegen overgewicht.

 

Niet alle epidemiologische studies vinden echter een beschermend effect van zuivel tegen het metabool syndroom (8). Bij een Nederlandse oudere populatie, gevolgd gedurende 6,4 jaar, werd geen verband gevonden tussen de zuivelconsumptie en de incidentie van het metabool syndroom of de hieraan gerelateerde componenten. Volgens de onderzoekers is dit mogelijk te verklaren vanuit het feit dat de normale zuivelinname bij deze betrekkelijk gezonde populatie al hoog was (9).

art_totop

Gunstig effect van calcium en eiwitten uit zuivel

Studies hebben aangetoond dat verschillende zuivelcomponenten een gunstig effect kunnen hebben op de individuele componenten van het metabool syndroom (10-15).


Calcium heeft mogelijk gunstige effecten op het lichaamsgewicht. Een hoge calciuminname stimuleert de vetafbraak in de vetcellen via een verlaging van het vitamine D-gehalte in het bloed. Deze theorie is voor een gedeelte bevestigd in Nederlands onderzoek (16). Een ander mogelijk werkingsmechanisme is dat calcium de vetexcretie verhoogt door in de dunne darm met vetten onoplosbare calcium-vetzuurzepen te vormen. Deze calcium-vetzuurzepen worden niet meer door het lichaam geabsorbeerd. Dit verlaagt de vetopname en bijgevolg ook de energie-opname. Deense onderzoekers brachten aan het licht dat dit op lange termijn mogelijk meer impact kan hebben dan eerst werd verondersteld (17).

 

Het eiwitgehalte in zuivel speelt mogelijk ook een gunstige rol. Eiwitten werken meer verzadigend en dus ook meer honger- en eetlustremmend dan koolhydraten en vetten. Eiwitten zijn ook minder efficiënte energieleveranciers voor het lichaam dan koolhydraten en vetten. De vertering kost relatief veel energie door een hogere dieetgeïnduceerde thermogenese na consumptie van eiwitten. Er zijn ten slotte aanwijzingen dat eiwitten gunstig zijn voor de hoeveelheid vetvrije massa. Hoe hoger de vetvrije massa, hoe hoger de ruststofwisseling. Klinische studies bevestigen het positieve effect van een eiwitrijke voeding op gewichtsbeheersing (18) 

art_totop

Literatuur

  1. S.M Grundy et al., Clinical management of metabolic syndrome: report of the American Heart Association / National Heart/ Lung and Blood Institute/ American Diabetes Association conference on scientific issues related to management. Circulation 109: 551-556,2004.
  2. L.E Van Meij et al., Nutr Res Rev 21:148,2008
  3. A. Tremblay et al., J Am Coll Nutr , in pres, 2009.
  4. P. C Elwood et al., J Epidemiol . Community Health 61: 695,2007
  5. J.B Ruidavets et al., J. Epidemiol. . Community Health 61:695,200
  6. S. Liu et al., Diabetes Care 28 ,2926,2005
  7. M.A Perreira et al., Dairy consumption, obesity, and the insulin resistance syndrome in young adults: the CARDIA study. JAMA 287:2081-2099,2002.
  8. M.B Zemel., The role of dairy products in weight management , J Am Coll Nutri 2005, 25:537S-546S
  9. M.B Snijder et al., Obesity 16: 706,2008.
  10. L.E Van Meij et al., Nutr Res Rev 21:148,2008
  11. S. Liu et al., Diabetes Care 28 ,2926,2005
  12. A.G Pittas et al., J Clin Endocrinol. Metab. 92 2017,2007.
  13. K.E Scholz- Ahhrens et al., Int Dairy J 16 1399,2006
  14. M. Pfeuffer et al., Obes Rev. 8 :109, 2006
  15. P.B Drouillet et al., Nutr Metab. Cardiov. Dis 17:486,2007
  16. N. Boon et al., The relation between calcium intake and body composition in the Dutch population: The Amsterdam Growth and Health Longitudinal Study. Am J Epidemiol 162:27-32,2005.
  17. R. Jacobsen et al., Effect on short-term high dietary calcium intake on 24h-energy expenditure , fat oxidation, and fecal fat excretion, International Journal of Obesity, 2005, 29: 292-301.
  18. A.R Skov et al., Randomized trial on protein vs carbohydrate in ad libitum fat reduced diet for the treatment of obesity. International Journal of Obesity, 23: 528-536, 1999.

art_totop